Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis en gezinshereniging. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 12 september 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd. De minister had uiterlijk 11 maart 2025 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. De ingebrekestelling volgde op 9 oktober 2025, waarna het beroep tijdig op 6 november 2025 werd ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank legt een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak op waarbinnen de minister moet beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verzoek tot vaststelling van een bestuurlijke dwangsom wordt afgewezen vanwege nieuwe wetgeving. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van €467.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming bij gezinshereniging en verwijst naar eerdere jurisprudentie van de rechtbank Arnhem en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn en dwangsom op aan de minister.