ECLI:NL:RBDHA:2026:896
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling wegens onvoldoende zicht op uitzetting
De minister heeft op 11 augustus 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft de maatregel eerder getoetst en beoordeelt nu alleen de rechtmatigheid sinds 13 november 2025.
Eiser stelt dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is omdat Algerije geen laissez-passer heeft afgegeven. De rechtbank oordeelt dat uit jurisprudentie blijkt dat zicht op uitzetting naar Algerije in het algemeen niet ontbreekt en dat eiser onvoldoende aannemelijk maakt dat dit in zijn geval anders is. Eiser werkt bovendien onvoldoende mee aan zijn uitzetting.
Verder betoogt eiser dat de minister onvoldoende voortvarend is, dat zijn medische situatie een belangenafweging in zijn voordeel rechtvaardigt en dat een lichter middel passend is. De rechtbank wijst deze gronden af, omdat de minister voldoende inspanningen heeft verricht, rekening is gehouden met de medische situatie en er voldoende gronden zijn voor de bewaring. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.