Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Wat betreft de evenredigheid heeft eiser op zitting aangevoerd dat hij sinds zijn 14e jaar heeft gewerkt om een studiebeurs in Oekraïne te verkrijgen. Hij is er niet op uit om problemen te veroorzaken maar wil juist een toekomst voor zichzelf opbouwen. Het kan hem niet verweten worden dat de oorlog in Oekraïne is uitgebroken. Als hij naar Marokko terug moet, moet hij helemaal opnieuw beginnen. In Marokko kan hij niet naar de universiteit. Hij heeft Marokko juist verlaten om elders zijn leven op te bouwen. Volgens eiser heeft verweerder het evenredigheidsbeginsel niet toegepast.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Daarvoor is namelijk allereerst vereist dat sprake is van een concrete toezegging dat eiser gelijk zal worden behandeld als de andere ontheemden uit Oekraïne die niet-facultatieve bescherming genieten. Niet gebleken is dat een dergelijke concrete toezegging is gedaan. De rechtbank volgt eiser ook niet in zijn stelling dat sprake is van een impliciete toezegging, omdat de groep derdelanders met tijdelijk verblijf in Oekraïne een periode gelijk is behandeld als de andere groep ontheemden uit Oekraïne.