Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 17 maart 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn van twee weken alsnog een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij verwijst naar het 8+8 wekenmodel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat inhoudt dat de minister binnen zestien weken na bekendmaking van deze uitspraak een besluit moet nemen. Ter naleving van deze termijn legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag.