ECLI:NL:RBDHA:2026:9293
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep na intrekking asielbesluit wegens gewijzigde omstandigheden Iran
Eiseres diende op 27 september 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag op 10 september 2025 af. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. Op 26 maart 2026 trok de minister het bestreden besluit in vanwege nieuwe omstandigheden, namelijk het afgekondigde besluit- en vertrekmoratorium ten aanzien van Iran.
Eiseres vorderde vervolgens dat de minister de proceskosten zou vergoeden, omdat de maximale beslistermijn van 21 maanden was overschreden en zij in een schrijnende psychische situatie verkeerde. De rechtbank behandelde het beroep op 2 april 2026, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen belang meer had bij de beoordeling van het ingetrokken besluit en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Tevens overwoog de rechtbank dat intrekking vanwege gewijzigde omstandigheden geen tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb is, zodat geen proceskostenvergoeding wordt toegekend. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen.