Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
nietintrekt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Guinese nationaliteit dragende persoon, heeft een verzoek om internationale bescherming ingediend dat meerdere malen is afgewezen. De rechtbank heeft op 27 januari 2026 een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie over de verplichting van de autoriteiten om te onderzoeken of noodzakelijke medische behandeling na terugkeer naar Guinee feitelijk toegankelijk is.
Verweerder trok het terugkeerbesluit van 31 maart 2023, dat een termijn voor vrijwillig vertrek bevatte, tweeëneenhalve maand na de prejudiciële vraag in zonder nadere motivering. Eiser handhaaft zijn beroep en stelt dat de intrekking misbruik van bevoegdheid is om een inhoudelijk oordeel van de rechtbank en het Hof te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat het intrekkingsbesluit strijdig is met artikel 3:3 Awb Pro en vernietigt dit besluit. De behandeling van het beroep wordt geschorst totdat het Hof de prejudiciële vraag heeft beantwoord. De rechtbank wijst het verzoek van eiser af om zelf te voorzien in een verblijfsvergunning, omdat de prejudiciële vraag eerst beantwoord moet worden.
De zaak betreft onder meer de medische situatie van eiser, die lijdt aan een psychotische stoornis en mogelijk een posttraumatische stressstoornis, waarvoor hij in Nederland wordt behandeld. Het BMA-advies stelt dat noodzakelijke behandeling beschikbaar is in Guinee, maar eiser betwist de feitelijke toegankelijkheid daarvan. De rechtbank benadrukt het belang van het non-refoulementbeginsel en de noodzaak van een zorgvuldige beoordeling van medische toegankelijkheid bij terugkeerbesluiten.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit wordt vernietigd en de behandeling van het beroep geschorst tot het Hof uitspraak doet over de prejudiciële vraag.