Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
één asielmotief in het relaas van eiser geduid. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser als asielmotief aangemerkt en dit asielmotief geloofwaardig geacht omdat dit asielmotief is onderbouwd met een echt bevonden op naam van eiser gesteld paspoort. Verweerder stelt zich in zijn besluit op het standpunt dat aan eiser geen internationale bescherming hoeft te worden verleend. Uit het relaas van eiser blijkt niet dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Verweerder heeft in het besluit van 19 augustus 2024 aangegeven dat op grond van het beleid voor Jemen een hoge mate van willekeurig geweld wordt aangenomen en de vreemdeling daarom op basis van zijn individuele omstandigheden aannemelijk moet maken waarom juist hij specifiek een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van de hoge mate van willekeurig geweld ten opzichte van andere burgers en dat eiser daarin niet is geslaagd. Eiser heeft namelijk aangegeven dat hij vreest voor de aanwezige milities en daarmee voor de algehele oorlogssituatie. In het besluit is ook ingegaan op de in de zienswijze aangedragen argumenten dat rekening moet worden gehouden met de humanitaire omstandigheden en dat eiser stelt dat de stam waartoe hij behoort voor hem tot een groter risico om slachtoffer te worden van willekeurig geweld leidt.
34. De rechtbank concludeert dat, gelet op de door de Afdeling benoemde feiten en omstandigheden die moeten worden beoordeeld en gelet op met name de humanitaire omstandigheden, die een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger vormen en die doelbewust worden veroorzaakt door de strijdende partijen in het gewapende conflict in Jemen, uit het Algemeen Ambtsbericht Jemen 2025 volgt dat in Jemen de mate van willekeurig geweld, in het kader van een gewapend conflict, zo hoog is dat een ieder alleen al door zijn aanwezigheid in Jemen een reëel risico loopt op ernstige schade. De rechtbank wijst er ter aanvulling hiervan op dat in het Algemeen Ambtsbericht Jemen 2025 ook is vermeld dat de situatie ten aanzien van terugkerende Jemenitische migranten in grote lijnen dezelfde was als in het vorige ambtsbericht beschreven en daarmee een vergelijkbaar incompleet beeld biedt wegens een gebrek aan feitelijke informatie en ook dit een relevant gegeven is.
35. Dit betekent simpel gezegd dat op grond van het Algemeen Ambtsbericht Jemen 2025 moet worden geconcludeerd dat sprake is van een zogenoemde ‘kale 15c-situatie’. De rechtbank overweegt dat uit het ambtsbericht niet blijkt dat voor delen van Jemen een wezenlijk lager niveau van willekeurig geweld moet worden vastgesteld zodat de ‘kale 15c-situatie’ voor heel Jemen geldt.
Beslissing
- vernietigt het besluit tot intrekking van 21 juli 2025;
- wijst het herhaalde verzoek om aanhouding af;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 30 september 2024;
- draagt verweerder op om binnen vier weken na bekendmaking van deze uitspraak aan eiser subsidiaire bescherming en een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen met ingangsdatum 1 april 2023 en een geldigheidsduur van vijf jaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.
mr.M.M.M.F. Roijen, griffier.