ECLI:NL:RBDHA:2026:9703
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken beschermenswaardig familieleven
Eisers, allen Jemenitische familieleden, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij hun jongvolwassen familielid met een verblijfsvergunning in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing was en er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen de jongvolwassene en zijn ouders waren. De rechtbank behandelde het beroep op 18 maart 2026.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat de jongvolwassene niet langer feitelijk tot het gezin behoort, gezien zijn zelfstandige leven in Jemen voorafgaand aan zijn vertrek. De door eisers overgelegde Whatsapp-berichten werden niet vertaald, waardoor emotionele afhankelijkheid onvoldoende was onderbouwd. Financiële afhankelijkheid werd niet aannemelijk gemaakt als zodanig dat het gezinsleven beschermenswaardig is.
De belangenafweging ten aanzien van de broers van de jongvolwassene viel eveneens in het nadeel van eisers, mede vanwege het restrictieve toelatingsbeleid en het feit dat het gezinsleven ook op afstand kan worden onderhouden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.