ECLI:NL:RBDHA:2026:9703
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken beschermenswaardig familieleven
Eisers, allen Jemenitische familieleden, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij hun familielid, de referent, die een verblijfsvergunning asiel bezit in Nederland. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat er geen sprake was van beschermenswaardig familieleven tussen de referent en zijn ouders, en geen bijkomende elementen van afhankelijkheid. Tussen de referent en zijn broers werd wel familieleven aangenomen, maar de belangenafweging viel in hun nadeel uit.
De rechtbank oordeelde dat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing was omdat de referent zelfstandig was geworden en niet langer feitelijk tot het gezin behoorde. De rechtbank vond dat verweerder terecht had vastgesteld dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid waren, mede omdat financiële steun op afstand mogelijk is en emotionele afhankelijkheid onvoldoende was onderbouwd zonder vertalingen van Whatsapp-berichten.
De belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro werd door de rechtbank als zorgvuldig en terughoudend getoetst en vond dat de belangen van Nederland en de familie zwaarder wogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.