Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9879

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
25/1494
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen weigering erkenning als gedupeerde toeslagenaffaire na lichte toets

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Dienst Toeslagen om haar na de lichte toets niet als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire aan te merken en haar geen forfaitaire compensatie van € 30.000,- toe te kennen. De lichte toets is een snelle indicatieve beoordeling om te bepalen of iemand mogelijk gedupeerde is.

De rechtbank stelt vast dat bij de integrale beoordeling, die een definitieve beoordeling inhoudt, eiseres wel als gedupeerde is erkend en het compensatiebedrag is toegekend. Hierdoor is het procesbelang van het beroep tegen het besluit over de lichte toets komen te vervallen, omdat het beroep geen materieel gunstiger resultaat kan opleveren.

Eiseres heeft geen aanvullende argumenten aangevoerd die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden en is niet op de zitting verschenen. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst het af. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M. de Kock-Molendijk op 24 april 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de lichte toets is niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres bij de integrale beoordeling als gedupeerde is erkend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/1494

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.K. Bhadai),
en

de Dienst Toeslagen, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder om haar vooralsnog niet aan te merken als gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire en haar geen € 30.000,- te betalen.
1.1.
Met het besluit van 18 april 2024 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat de uitkomst van de lichte toets geen reden geeft om het bedrag van € 30.000,- aan haar uit te betalen. Met het bestreden besluit van 6 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2026 op zitting behandeld. Verweerder heeft vooraf kenbaar gemaakt niet bij de zitting aanwezig te zijn. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich kort voor de zitting ook afgemeld.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. In de uitvoering van de kinderopvangtoeslag in voorgaande jaren zijn fouten gemaakt waarvan ouders de dupe zijn geworden. De toeslagenaffaire heeft geleid tot verschillende maatregelen om burgers te compenseren voor deze fouten. Eén van die maatregelen betreft het toekennen van een forfaitair bedrag aan compensatie van € 30.000,- aan alle erkend gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire. Dit is het minimumbedrag waarop een gedupeerde van de toeslagenaffaire aanspraak heeft. Dit forfaitaire bedrag wordt uitgekeerd aan ouders die in één of meerdere jaren in aanmerking komen voor compensatie of tegemoetkoming op grond van (één van) de herstelregelingen.
2.1.
Eiseres heeft zich bij verweerder gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag in 2005 tot en met 2015. Iedereen die zich aanmeldt voor een herbeoordeling krijgt eerst een zogeheten lichte toets. In dat kader wordt gezocht naar een indicatie dat iemand ten onrechte kinderopvangtoeslag moest terugbetalen dan wel of de kinderopvangtoeslag in het verleden ten onrechte is stopgezet. Deze lichte toets is bedoeld om ouders snel duidelijkheid te geven en is daarmee beperkter dan de integrale beoordeling. [1] Omdat verweerder in het kader van de lichte toets geen aanknopingspunten heeft gevonden om aan te nemen dat eiseres een gedupeerde is van de toeslagenaffaire, heeft hij vooralsnog geweigerd om het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000,- aan eiseres uit te betalen. Het beroep van eiseres gaat over deze weigering.
2.2
Bij de integrale beoordeling wordt uiteindelijk definitief beoordeeld of een ouder in aanmerking komt voor een (hogere) compensatie. Met het besluit van 29 december 2025 heeft verweerder eiseres op basis van de integrale beoordeling erkend als gedupeerde en is het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000,- aan haar toegekend.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit van verweerder van 6 januari 2025 over de uitkomst van de lichte toets. Het besluit is volgens eiseres in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. Verweerder heeft niet duidelijk onderbouwd hoe de aanvraag is beoordeeld en waarom bepaalde jaren niet zijn gecompenseerd. Ook is eiseres geschaad in haar recht om te worden gehoord.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. Uit vaste jurisprudentie [2] volgt dat er sprake is van procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.
4.1.
Eiseres heeft met haar beroep willen bereiken dat zij als een gedupeerde van de toeslagenaffaire wordt aangemerkt, met als gevolg dat aan haar het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000,- wordt uitbetaald. De rechtbank stelt vast dat tijdens de integrale beoordeling is gebleken dat eiseres inderdaad een gedupeerde is van de toeslagenaffaire. Met het besluit van 29 december 2025 is aan eiseres het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000,- toegekend wegens vooringenomen handelen in het toeslagjaar 2005. Gelet hierop kan het voorliggende beroep eiseres niet in een materieel gunstigere positie brengen. Door of namens eiseres is verder niets aangevoerd dat tot een ander oordeel zou kunnen leiden. Zij is ook niet op zitting verschenen om hierover te kunnen verklaren.
4.2.
Dit betekent dat het procesbelang van eiseres in deze procedure over de uitkomst van de lichte toets is komen te vervallen [3] . De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt daarom geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Kock-Molendijk, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Hoeijmans, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Kamerstukken II, 2021/22, 36 151, nr. 3, blz. 80.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:249.
3.Vgl. ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:720, en de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 21 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:17598.