ECLI:NL:RBDOR:1998:AA4017
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ziekte-uitkering na beëindiging tijdelijke taakuitbreiding onderwijspersoneel
Eiseres, werkzaam als onderwijzeres in vaste dienst, verzocht om een ziekte-uitkering na het beëindigen van een tijdelijke taakuitbreiding terwijl zij ziek was. Verweerder wees de aanvraag af op grond dat het aflopen van een tijdelijke taakuitbreiding geen ontslag of einde van tijdelijke benoeming is zoals bedoeld in artikel 39 van Pro het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BZA).
De rechtbank overwoog dat het begrip ontslag in het BZA niet is gedefinieerd en dat volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep de beëindiging van een tijdelijke taakuitbreiding niet gelijkgesteld kan worden aan ontslag, tenzij dit uitdrukkelijk in de wet is opgenomen. Ook is het aflopen van een tijdelijke taakuitbreiding niet gelijk aan het einde van een tijdelijke benoeming, omdat bij het laatste de rechtsbetrekking eindigt, terwijl bij het eerste alleen de omvang van de werkzaamheden vermindert.
Hoewel de rechtbank begrip toonde voor de bezwaren van eiseres en verwees naar een beleidswijziging die toekomstige gevallen mogelijk anders zal behandelen, kon zij niet afwijken van de wettelijke tekst. Verweerder had het besluit dan ook terecht genomen. De rechtbank constateerde wel dat verweerder in de bezwaarfase slechts op verzoek van eiseres heeft gehoord, wat strijdig is met de Awb, maar dit had geen gevolgen omdat eiseres uiteindelijk wel is gehoord.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de ziekte-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de ziekte-uitkering.