Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
27 december 2012, beroep ingesteld.
2.Feiten
€ 5.364
€ 26.821
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde het beroep van eiseres tegen een aanslag recht van schenking opgelegd door de Belastingdienst. De kern van het geschil betrof de vraag of de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten van de Successiewet 1956 van toepassing zijn op de schenking van certificaten van aandelen in [H] BV.
Eiseres stelde dat binnen het concern een materiële onderneming wordt gedreven, waarbij sprake is van professionele exploitatie en ontwikkeling van onroerend goed. Verweerder stelde dat 90% van de waarde beleggingsvermogen is en dat de activiteiten niet meer zijn dan normaal vermogensbeheer.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat [H] BV met haar volledige vermogen een materiële onderneming drijft. Hoewel de activiteitentoets werd geslaagd, faalde de vermogenstoets. De rechtbank stelde vast dat onvoldoende inzicht werd gegeven in de feitelijke activiteiten en invloed binnen het concern en dat de arbeid en het rendement niet wezenlijk afwijken van normaal vermogensbeheer.
Daarom werd de aanslag verminderd tot €777, rekening houdend met een aan de schenking verbonden last, en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De aanslag recht van schenking wordt verminderd tot €777 wegens gedeeltelijke toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten.