ECLI:NL:RBGEL:2013:4003
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling overdrachtsbelasting bij opvolgende verdeling nalatenschap na beëindiging gemeenschap
De zaak betreft de vraag of eiser overdrachtsbelasting verschuldigd is over een levering van onroerend goed op 29 december 2011, waarbij eiser stelt dat sprake is van een opvolgende verdeling van een nalatenschap en dus vrijstelling van overdrachtsbelasting geldt.
De rechtbank stelt vast dat de oorspronkelijke gemeenschap van de nalatenschap in 1990 is beëindigd en dat de verdeling van 29 december 2011 geen verdeling is van een nalatenschap maar van een nieuwe rechtsverhouding. Tevens is het recht van erfpacht in 1991 door vermenging teniet gegaan, waardoor een nieuwe gemeenschap van volle eigendom is ontstaan.
De rechtbank verwerpt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat eiser onvoldoende feiten heeft gesteld om ongelijke behandeling aan te tonen en omdat het verschil in behandeling niet op beleid of meerderheidsregel berust. Ook het beroep op een andere waarderingsgrondslag wordt afgewezen.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft de heffing van overdrachtsbelasting in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de heffing van overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard.