ECLI:NL:RBGEL:2016:2340
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Klein Egelink
- E.C.G. Okhuizen
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens handel in verdovende middelen en schending inlichtingenverplichting
Eisers ontvingen bijstand en werden onderzocht naar aanleiding van een anonieme melding over handel in verdovende middelen. Uit het onderzoek van de Sociale Recherche en politie bleek dat eiser aanzienlijke inkomsten uit drugsverkoop had, wat niet was gemeld aan de bijstandsverstrekker. Eisers werden als een gezinsbijstandseenheid beschouwd, waardoor ook eiseres aansprakelijk werd gehouden.
De rechtbank oordeelde dat de handel niet incidenteel was, gelet op getuigenverklaringen, cameraobservaties en telefoongegevens. Door het niet melden van deze inkomsten werd de inlichtingenverplichting geschonden, wat een grond is voor intrekking en terugvordering van bijstand. Eisers konden geen verifieerbare administratie overleggen om hun recht op bijstand aan te tonen.
De rechtbank verwierp het verweer dat eiseres niet betrokken was bij de handel en dat terugvordering onhaalbaar was vanwege financiële omstandigheden, waaronder een woningbrand. Ook werd het ne bis in idem-beginsel niet geschonden omdat de maatregel betrekking had op de bestuursrechtelijke inlichtingenverplichting, los van de strafrechtelijke veroordeling.
De opgelegde maatregel van 100% verlaging van de bijstand voor één maand werd passend geacht gezien de gezinssituatie en de ernst van de schending. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking en terugvordering van bijstand en oplegging van een maatregel wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt ongegrond verklaard.