ECLI:NL:RBGEL:2016:6131
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging aan feitelijk leidinggevende voor overtreding minimumloonwetgeving
Eiser, bestuurder van een holding met twee werkmaatschappijen in de pluimveesector, kreeg boetes opgelegd wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). De boetes betroffen niet- en onderbetaling van loon en vakantiebijslag aan werknemers in de periode van eind 2012 tot begin 2013.
Eiser betwistte de overtredingen en de bewijsvoering, onder meer vanwege het ontbreken van tolken bij getuigenverklaringen en het betwisten van de arbeidstijdberekening. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen rechtsgeldig waren afgenomen met tolken waar nodig en dat reistijd onder gezag van de werkgever als arbeidstijd moest worden gerekend. Tevens werd bevestigd dat eiser als feitelijk leidinggevende aansprakelijk kon worden gehouden.
De rechtbank verwierp de argumenten van eiser over matiging van de boetes op grond van financiële situatie, gebrek aan verwijtbaarheid en overschrijding van de redelijke termijn. Ook het beroep op het ne bis in idem-beginsel faalde omdat de boetes aan verschillende rechtspersonen en de feitelijk leidinggevende werden opgelegd. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de boetes aan eiser als feitelijk leidinggevende wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.