Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 1 december 2016
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- of ter zake van de verkoop van boten door eiser in 2008 sprake is van een bron van inkomen;
- indien deze vraag positief wordt beantwoord: de hoogte van de behaalde opbrengst en van de daarop in aftrek te brengen kosten;
- de hoogte van de boete;
- de vraag of er aanleiding bestaat de heffingsrente te matigen.
Beslissing
- verklaart de beroepen ter zake van de navorderingsaanslag IB/PVV 2008, de beschikking heffingsrente en de boetebeschikking gegrond;
- vernietigt de desbetreffende uitspraak op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 49.737;
- vermindert de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- vermindert de boete tot € 1.700;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- verklaart het beroep ter zake van de navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage ZVW ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 742;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 45 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;