Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 14 januari 2016
[X] B.V., te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Nijmegen,
Procesverloop
- een navorderingsaanslag (aanslagnummer [000] .V.78.0112) vennootschapsbelasting (hierna: Vpb) over het jaar 1997, berekend naar een belastbaar bedrag van fl. 1.327.794. Tevens is bij beschikking fl. 34.750 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- een aanslag (aanslagnummer [000] .V.26.0112) Vpb over het jaar 2002, berekend naar een belastbaar bedrag van € 786.113. Tevens is bij beschikking € 37.651 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- een aanslag (aanslagnummer [000] .V.36.0112) Vpb over het jaar 2003, berekend naar een belastbaar bedrag van € 1.017.770. Tevens is bij beschikking € 46.440 aan heffingsrente in rekening gebracht.
Overwegingen
- is sprake van schending van de hoorplicht, het recht op inzage in de op de zaken betrekking hebbende stukken in de bezwaarfase en de verplichting om alle op de zaken betrekking hebbende stukken over te leggen;
- heeft verweerder de dwangsom verbeurd die door de rechtbank in haar uitspraak van 17 oktober 2013 is opgelegd in verband met het niet tijdig beslissen op het bezwaar van eiseres;
- zijn de (navorderings)aanslagen Vpb 1997, 2002 en 2003 terecht en tot de juiste bedragen opgelegd;
- heeft eiseres recht op een vergoeding voor immateriële schade;
- heeft eiseres recht op een integrale vergoeding van de door haar gemaakte kosten in de bezwaarfase?
Commercial Promotion activities for the different [F] Companies as agreed with you", zodat aangenomen mag worden dat een vergelijkbare afspraak met [I] GmbH is gemaakt. Nu eiseres aan het hoofd staat van de [D] en [E] de dga is van eiseres, is [E] naar het oordeel van de rechtbank zodanig verknocht met eiseres en de verschillende groepsmaatschappijen dat geen onderscheid kan worden gemaakt tussen de activiteiten van [E] waarbij hij als dga onderhandelt met leveranciers van zijn ondernemingen en eventuele activiteiten waarbij hij voor diezelfde leveranciers de verkoop aan zijn eigen ondernemingen promoot. Dat leidt tot een onverenigbare belangentegenstelling. Gelet hierop, geven de facturen aan [I] GmbH en de overeenkomst met [J] naar het oordeel van de rechtbank geen getrouw beeld van de werkelijke relaties tussen eiseres, [E] , [I] en [J] . Het voordeel dat [E] blijkens de stukken is toegekomen, kan dan ook niet los worden gezien van zijn positie binnen eiseres en de relatie tussen eiseres en haar buitenlandse toeleveranciers. Gelet hierop, acht de rechtbank aannemelijk dat in feite sprake is geweest van een inkoopkorting van 5%, welk voordeel eiseres zich ten gunste van haar aandeelhouder heeft laten ontgaan met het oogmerk haar aandeelhouder te bevoordelen. Dit oogmerk heeft [E] als dga dan evenzeer gehad.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar van 29 oktober 2013;
- vernietigt de navorderingsaanslag Vpb 1997 alsmede de beschikking heffingsrente;
- vermindert de aanslag Vpb 2002 tot een berekend naar een belastbare winst van € 498.887;
- vermindert de aanslag Vpb 2003 tot een berekend naar een belastbare winst van € 257.770;
- vermindert de beschikkingen heffingsrente over 2002 en 2003 dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 7.000;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (Landelijk Dienstencentrum van de Rechtspraak) tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 2.967;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 318 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;