Uitspraak
€ 424.648 en € 268.501 negatief geweest. Het resultaat over het jaar 2011 is positief als gevolg van een eenmalige bedrijfsbate van € 4.639.460 verband houdende met de verkoop van het winstrecht [J] . Genormaliseerd is het resultaat over 2011 € 193.082 negatief.
Op 29 april 2011 heeft eiser aangifte IB/PVV 2009 gedaan naar een inkomen uit werk en woning van € 24.084 en een inkomen uit sparen en beleggen van € 34.906.
- of de rangorderegeling van artikel 2.14 Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) eraan in de weg staat dat in dit geval per 1 januari 2009 belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in aanmerking wordt genomen;
- of eiser de schuldig gebleven rente- en huurinkomsten die betrekking hebben op het perceel en de lening kan afwaarderen tot nihil;
- of de lening fiscaal als kapitaal dient te worden aangemerkt;
- of de gecombineerde heffing in box 1 en box 3 met betrekking tot respectievelijk de huurinkomsten en het perceel in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EP EVRM);
- of in dit geval interne compensatie mogelijk is;
- of de rente op de schuld aan VLB tot het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang dient te worden gerekend en
- of de vereiste aangifte is gedaan.
ECLI:HR:NL:1998:AA2453). Daarnaast blijkt uit hetgeen verweerder heeft aangevoerd niet dan wel onvoldoende dat reeds aanstonds duidelijk moet zijn geweest dat het ter leen verstrekte bedrag niet zal (kunnen) worden terugbetaald, zodat ook voor het bestaan van een bodemlozeputlening onvoldoende is gesteld. Tot slot heeft te gelden dat het niet past in het wettelijk systeem in een geval waarin naar de vorm sprake is van een geldlening en zich niet één van bovenvermelde uitzonderingen voordoet, voor de fiscale winstberekening niettemin ervan uit te gaan dat eigen vermogen is verstrekt (HR 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN3442). Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de leningen niet als geldlening, maar als kapitaal zijn verstrekt.
29.Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
30.De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
mr.drs. V.F.R. Woeltjes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Aalbersberg, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;