ECLI:NL:RBGEL:2017:2140
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen intrekking en terugvordering bijstand niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en boete wegens schending inlichtingenplicht bevestigd
Eiser vroeg bijstand aan en kreeg deze toegekend met terugwerkende kracht. Verweerder trok de bijstand in en vorderde deze terug wegens niet-melding van een bankrekening met ruim €10.000,00 saldo die was opgeheven vlak voor de aanvraag. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiser maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; het bezwaar was een dag te laat ingediend en dit verzuim was niet verschoonbaar. Eiser stelde onwetendheid over de verplichting tot melding van de opgeheven bankrekening, maar de rechtbank oordeelde dat hij dit wel had moeten weten en dat de schending verwijtbaar was.
De rechtbank bevestigde dat het bestuursorgaan terecht uitging van het benadelingsbedrag gelijk aan de ontvangen bijstand over de betreffende periode. De boete werd vastgesteld op 50% van dit bedrag, rekening houdend met de ernst en verwijtbaarheid, en de draagkracht van eiser werd adequaat meegenomen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de opgelegde boete en terugvordering bevestigd. De uitspraak is gedaan door rechter Okhuizen op 18 april 2017 te Arnhem.
Uitkomst: Bezwaar tegen intrekking en terugvordering bijstand niet-ontvankelijk verklaard en boete wegens schending inlichtingenplicht bevestigd.