Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 5 oktober 2017
[X] N.V., te [Z] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Oldebroek, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
" Artikel 2 Belastbaar Pro feit
Momenteel wordt in de gemeente Oldebroek (alleen) precariobelasting geheven voor standplaatsen op gemeentegrond die niet op de markten aanwezig zijn. Om fiscaal technische redenen stellen wij u voor om voor de precariobelasting voor buizen, kabels, draden en leidingen een afzonderlijke verordening vast te stellen. Daarin is namelijk specifiek aangegeven dat de netbeheerder belastingplichtig is. (…)
InleidingTot nu toe is nog geen precariobelasting voor de elektriciteitsleidingen geheven vanwege de bepalingen in een overeenkomst van 10 maart 1923 tussen gemeente Oldebroek en N.V. [B] . Op basis van de uitspraak van gerechtshof Amsterdam adviseert onze externe jurist om tot heffing over het elektriciteitsnetwerk over te gaan. Heffing is mogelijk vanaf het belasting jaar 2013.
(…)
Toelichting/uitwerking situatie[X] N.V. heeft naast gasleidingen ook elektriciteitsleidingen in [Q] grond liggen. Tot nu toe is nog geen precariobelasting voor de elektriciteitsleidingen geheven vanwege genoemde overeenkomst. Aan [X] N.V. is wel aangegeven dat heffing over het elektriciteitsnetwerk nog onderwerp van studie is. De vraag is namelijk of [X] N.V. de rechtsopvolger van N.V. [B] is. Op basis van de uitspraak van gerechtshof Amsterdam kan gesteld worden dat dat niet zo is, waardoor de overeenkomst uit 1923 niet van toepassing is.
(…) ”
Belastingplicht op grond van artikel 3 van Pro de Verordening12. Eiseres heeft als meest verstrekkend verweer gesteld dat zij op grond van de Verordening niet kan worden aangemerkt als belastingplichtige. Om die reden zal de rechtbank deze beroepsgrond eerst behandelen.
Zijn de precariotarieven naar willekeur bepaald en onevenredig hoog?
Beslissing
mr. J.J. Catsburg, rechters, in tegenwoordigheid van M. Brouwer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 5 oktober 2017
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;