Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
enkeldat zij geen belastingplichtige is in de zin van artikel 3, eerste lid maar niet dat er sprake is van een ‘ander geval’ dat toepassing van artikel 3, tweede lid rechtvaardigt’. Volgens haar is ‘voor het afwijken van de grammaticale duiding enkel plaats (…) indien de woorden van de wet onvoldoende duidelijk zijn’. Ook betoogt belanghebbende dat de haar voorgestane uitkomst ‘niet contra-rationeel’ is, nu de precariobelasting inmiddels is afgeschaft. [6] Ten slotte stelt belanghebbende dat het heffen van precariobelasting in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, wegens het ontbreken van een voldoende duidelijke wettelijke grondslag.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
17 september 2013 uitgeoefend door middel van de onder 2.4.1 vermelde Verordening. Bij deze gang van zaken acht het Hof de heffing van precariobelasting van belanghebbende niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
3.Het geding in cassatie
4.Wet- en regelgeving en jurisprudentie
: [22]
E-wet en Gaswet aangewezen netbeheerders – zoals eiseres – van heffing uit te sluiten. Veeleer kan uit die toelichting worden afgeleid dat het de bedoeling was om van alle ingevolge de E-wet en Gaswet aangewezen netbeheerders te gaan heffen, ook van de netbeheerders die niet door de minister zijn aangewezen. Voorts wordt opgemerkt dat het aantal meters buizen, leidingen, kabels en draden binnen de gemeente grotendeels bekend is. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar aard en type van de buizen, leidingen, kabels en draden of het beheer ervan. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat met artikel 3, eerste lid, van de Verordening niet bedoeld is de belastingplicht van de ingevolge de E-wet en Gaswet aangewezen netbeheerders uitputtend te regelen. Dit betekent dat artikel 3 van Pro de Verordening zo moet worden uitgelegd dat de niet door de minister aangewezen netbeheerders moeten worden aangemerkt als een “ander geval” waarop het tweede lid van dat artikel betrekking heeft.
5.Beoordeling van de middelen over en weer
directdoor de minister aangewezen netbeheerders.
enkeldat zij geen belastingplichtige is in de zin van artikel 3, eerste lid maar niet dat er sprake is van een ‘ander geval’ dat toepassing van artikel 3, tweede lid rechtvaardigt’. [42] Volgens belanghebbende is ‘voor het afwijken van de grammaticale duiding enkel plaats (…) indien de woorden van de wet onvoldoende duidelijk zijn’. Belanghebbende acht de tekst van de Verordening voldoende duidelijk. Ook betoogt belanghebbende dat de door haar voorgestane uitkomst ‘niet contra-rationeel’ is, nu de precariobelasting inmiddels is afgeschaft voor gevallen als dat van belanghebbende. [43] Ten slotte betoogt belanghebbende dat wegens het ontbreken van een voldoende wettelijke grondslag het heffen van precariobelasting in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
(wel)bewustis geweest van een discrepantie tussen diens bedoeling en de woorden van een regeling. Het enkele feit dat bij de Verordening is afgeweken van de VNG-Modelverordening, maakt mijns inziens niet dat bewustheid kan worden aangenomen, laat staan dat het moet gaan om de bedoeling van de gemeenteraad en niet om de bedoeling van het College.
economischeigenaar [53] , op grond van artikel 3, tweede lid, van de Verordening, als belastingplichtige aan te merken.