ECLI:NL:RBGEL:2017:583
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake informatiebeschikking Belastingdienst
De zaak betreft een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening door de inspecteur van de Belastingdienst tegen een informatiebeschikking van verweerder. Verzoeker wilde inzage in stukken die ten grondslag lagen aan de informatiebeschikking om een volwaardig debat in de bezwaarfase te kunnen voeren.
Verweerder had het bezwaar van verzoeker afgewezen met een uitspraak op bezwaar, waardoor het spoedeisend belang bij de voorlopige voorziening volgens de voorzieningenrechter was komen te vervallen. Verweerder verklaarde bereid te zijn alle stukken te overleggen in de bodemprocedure met een beroep op artikel 8:29 van Pro de Awb.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel sprake was van materiële connexiteit tussen het verzoek en het besluit in de bodemprocedure, maar dat het verzoek om inzage in de bezwaarfase niet langer urgent was. Verzoeker stelde dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door geen inzage te geven en direct uitspraak op bezwaar te doen, maar dit rechtvaardigde geen integrale proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is bindend voor de voorlopige voorziening en er is geen rechtsmiddel mogelijk tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het vervallen van het spoedeisend belang.