ECLI:NL:RBDHA:2016:1892
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening inzake inzage stukken in bezwaarfase omzetbelasting afgewezen wegens gebrek aan materiële connexiteit
Verzoekster, een onderneming, heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2009 en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening die verweerder zou verplichten alle relevante stukken, waaronder een logboek, ter inzage te verstrekken in de bezwaarfase.
De voorzieningenrechter stelt dat aan het connexiteitsvereiste van artikel 8:81 Awb Pro zowel formeel als materieel moet worden voldaan. Hoewel formele connexiteit aanwezig is omdat het verzoek betrekking heeft op de procedure rond de aanslag, ontbreekt materiële connexiteit omdat het verzoek zich richt op een beslissing waartegen geen bezwaar of beroep mogelijk is, namelijk het weigeren van inzage in de bezwaarfase.
De rechter overweegt dat inzage in de bezwaarfase niet afdwingbaar is en dat toetsing pas in de beroepsfase kan plaatsvinden. Daarom is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er zijn geen proceskosten toegekend en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot inzage van stukken in de bezwaarfase is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van materiële connexiteit.