Uitspraak
Stichting DrieGasthuizenGroep
Rechtbank Gelderland
Partijen sloten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een proeftijd van één maand, ingaande 1 september 2018. Werkgever heeft de overeenkomst op 21 augustus 2018, dus vóór de ingangsdatum, opgezegd op grond van het proeftijdbeding. De werknemer had een uitgebreide sollicitatieprocedure doorlopen en haar oude baan opgezegd in vertrouwen op het nieuwe dienstverband.
De kantonrechter stelt vast dat de opzegging rechtsgeldig is volgens artikel 7:676 lid 1 BW Pro, omdat een proeftijdontslag ook vóór aanvang van de arbeidsovereenkomst mogelijk is. Toch oordeelt de rechter dat de werkgever in de periode vóór de opzegging niet als goed werkgever heeft gehandeld. De werknemer werd onverwacht geconfronteerd met negatieve signalen over haar functioneren zonder concrete toelichting en kreeg geen reële kans om deze te weerleggen.
De werkgever heeft onvoldoende zorgvuldigheid betracht, mede gezien het lange dienstverband dat de werknemer bij haar vorige werkgever had en haar positie als kostwinner. De rechter veroordeelt de werkgever daarom tot betaling van een schadevergoeding gelijk aan één maandsalaris van € 2.755,58 bruto. De overige vorderingen worden afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Werkgever is schadeplichtig en veroordeeld tot betaling van één maandsalaris als schadevergoeding wegens onzorgvuldig proeftijdontslag vóór aanvang arbeidsovereenkomst.