Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 23 juli 2019
[X] B.V., te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- of verweerder terecht omkering en verzwaring van de bewijslast heeft toegepast;
- de omvang van de door eiseres verleende diensten en, als gevolg hiervan, de hoogte van de bij eiseres te belasten vergoeding;
- of de naheffingsaanslagen berusten op een redelijke schatting;
- of de boetes terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 tot € 3.492;
- vermindert de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 tot € 2.645;
- vermindert de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013 tot € 6.299;
- vermindert de beschikkingen heffingsrente en belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de boete over het tijdvak 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 tot € 296;
- vermindert de boete over het tijdvak 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 tot € 224;
- vermindert de boete over het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013 tot € 534;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.532;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 333 aan eiseres dient te vergoeden.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;