De zaak betreft een handhavingsverzoek van eiser tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wageningen. Verweerder wees twee handhavingsverzoeken af en verklaarde de bezwaren van eiser ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit dat het bezwaar tegen het tweede primaire besluit ongegrond verklaarde.
De kern van het geschil is of ten tijde van het bestreden besluit concreet zicht op legalisatie bestond, terwijl de omgevingsvergunning was vernietigd door de rechtbank vanwege gebreken in het natuuronderzoek, de ladder voor duurzame verstedelijking en de welstandstoets. De rechtbank overweegt dat het bevoegd gezag niet kon terugvallen op de ontwerp-omgevingsvergunning van 7 november 2016, omdat deze gebreken kende en er nog geen nieuwe ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage lag.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het het bezwaar tegen het tweede primaire besluit betreft, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat inmiddels een nieuwe omgevingsvergunning is verleend. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden. Het beroep tegen de nieuwe omgevingsvergunning is ongegrond verklaard, waardoor het handhavingsbesluit in stand blijft.