ECLI:NL:RVS:2018:1835
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J.A. Hagen
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhavend optreden tegen bewoning in strijd met bestemmingsplan
Appellanten exploiteren een agrarisch bedrijf met een boomgaard nabij een woning die oorspronkelijk als tweede bedrijfswoning diende, maar nu als burgerwoning wordt gebruikt door derden. Het college weigerde handhavend op te treden tegen deze bewoning omdat er volgens het college concreet zicht op legalisatie bestond.
Het bestemmingsplan 'Buitengebied' verbood burgerbewoning op die locatie, maar er was een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd dat legalisatie mogelijk maakte. Hoewel het eerdere vastgestelde bestemmingsplan werd vernietigd vanwege onvoldoende onderbouwing van gezondheidsrisico's, stelde het college een gewijzigde beslisnota vast met aanvullend onderzoek en voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat het ontwerpplan van 2014 ook gold voor het in 2017 vastgestelde plan en dat er geen reden was om aan te nemen dat het plan geen formele rechtskracht zou verkrijgen. Appellanten stelden dat een nieuw ontwerpplan ter inzage had moeten worden gelegd, maar de Afdeling overwoog dat de wijzigingen niet zo ingrijpend waren dat een nieuwe procedure noodzakelijk was.
De Afdeling concludeerde dat ten tijde van het bestreden besluit concreet zicht op legalisatie bestond en dat het college daarom terecht van handhavend optreden heeft afgezien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van handhavend optreden is bevestigd.