ECLI:NL:RBGEL:2019:527
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling waarde onroerend goed en hernieuwde beslissing bij intrekking bijstand
Eiser, eigenaar van een perceel met opstal in het buitenland, kreeg bijstand toegekend vanaf september 2010. Verweerder trok de bijstand in en vorderde terug wegens niet-melding van het buitenlandse onroerend goed, gebaseerd op een taxatiewaarde van €123.114,-. Eiser stelde dat de waarde aanzienlijk lager was en verwees naar een taxatierapport van €40.000,-.
De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom de hogere waarde werd aangehouden en dat het bezwaarbesluit niet volledig inging op andere gronden zoals bankbijschrijvingen en voertuigen. De rechtbank oordeelde dat het lagere taxatierapport, waarbij het onroerend goed grondig was geïnspecteerd en de slechte staat werd beschreven, een betere waardebepaling gaf.
Daarom werd het vermogen van eiser vastgesteld op €40.000,- en werd het bestreden besluit vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen waarin een theoretische berekening wordt gemaakt van de periode waarover eiser geen recht op bijstand had, rekening houdend met de correcte waarde. Tevens moet verweerder alsnog ingaan op de overige gronden van bezwaar. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen met correcte waardering van het vermogen.