ECLI:NL:CRVB:2017:4322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde appartementen in Turkije
Appellanten ontvingen vanaf 2005 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. In 2014 ontdekte een onderzoek dat zij twee appartementen in Turkije bezaten die niet waren gemeld aan het college. De waarde van deze appartementen werd getaxeerd op circa €100.000. Het college trok de bijstand met ingang van 7 oktober 2009 in en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug.
Appellanten voerden aan dat zij niet feitelijk eigenaar waren en dat de appartementen onbewoonbaar waren en tegen kostprijs waren verkocht. De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk eigenaar was, gelet op eigendomsbewijzen en volmacht, en dat de appartementen een economische waarde vertegenwoordigden. Er was onvoldoende bewijs over de verkoopprijs en de besteding van de opbrengst.
Daarnaast werd een aanvraag om bijstand in 2016 afgewezen omdat appellanten onvoldoende inzicht gaven in hun vermogenssituatie. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en oordeelde dat de intrekking en terugvordering terecht waren, evenals de afwijzing van de nieuwe aanvraag. De aangevallen uitspraken werden bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde appartementen en de afwijzing van de nieuwe aanvraag.