Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 2 april 2020
[eiseres] B.V., te [plaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
- over het tijdvak 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [XXX] F.01.4501) omzetbelasting van € 520.760, alsmede bij beschikking een boete van € 50.000. Ook is bij beschikking € 56.068 aan belastingrente in rekening gebracht;
- over het tijdvak 1 januari 2015 tot en met 30 juni 2015 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [XXX] F.01.5501) omzetbelasting van € 323.824, alsmede bij beschikking een boete van € 50.000. Ook is bij beschikking € 21.912 aan belastingrente in rekening gebracht en
- over het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 30 juni 2016 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [XXX] F.01.6501) omzetbelasting van € 1.584.568, alsmede bij beschikking een boete van € 500.000. Ook is bij beschikking € 43.839 aan belastingrente in rekening gebracht.
Zij heeft auto’s ingekocht bij leasemaatschappijen en heeft deze verkocht aan particulieren (10-15%), aan bedrijven in Nederland (45-50%) en aan buitenlandse kopers (voornamelijk bedrijven, waarvan 90% binnen de EU en 10% daarbuiten).
- de verkoop van auto’s aan de buitenlandse afnemers ging vond voornamelijk plaatstegen contante betaling: € 6.880.000 in 2014, € 8.700.000 in 2015 en
- eiseres maakte bij de introductie van nieuwe klanten wel een kopie van het ID-bewijs van de directeur en vroeg een uittreksel Kamer van Koophandel maar hij vroeg geen kopie van het ID-bewijs van de werknemer die vervolgens de auto’s kwam halen; alleen de naam of bijnaam van deze werknemer werd bijgehouden;
- in de administratie van eiseres waren foto’s van identiteitsbewijzen aanwezig die grote overeenkomsten vertonen met exemplaren aanwezig bij andere Nederlandse autohandelaren;
- uit het opgevraagde telefoonverkeer van eiseres is gebleken dat eiseres in vrijwel alle gevallen met telefoons met Duitse mobiele nummers heeft gebeld;
- de grotere afnemers hadden na een bepaalde periode geen geldig btw-nummer meer en werden opgevolgd door nieuwe afnemers die in korte tijd veel auto’s kochten. Van de twaalf grootste afnemers zijn elf btw-nummers door de belastingautoriteit in het betreffende land ongeldig verklaard. Geen van deze bedrijven heeft intracommunautaire verwervingen verantwoord of aangifte(n) omzetbelasting gedaan;
- de auto’s zijn voornamelijk afgehaald door Litouwse transportbedrijven (af en toe door een Pools bedrijf), terwijl de auto’s op papier voornamelijk aan Hongarije, Roemenië en Slowakije werden geleverd. Nieuwe afnemers maakten bovendien gebruik van dezelfde transportbedrijven als de voormalige afnemers.
- de transportbedrijven hadden dezelfde contactpersonen voor verschillende afnemers. Alle contactpersonen maakten gebruik van een telefoonnummer met een Duits landnummer (+49);
- de adressen die op de vervoersbescheiden stonden vermeld lijken niet geschikt om grote aantallen auto’s af te leveren. Het betreffen vaak woonhuizen of serviceadressen. Eiseres heeft de suggestie van verweerder om afnemer en adres op Google op te zoeken als overbodig afgedaan;
- diverse transportbedrijven hebben verklaard dat de auto’s zijn afgeleverd in [plaats in Duitsland] ;
- Litouwse transportbedrijven hebben verklaard dat eiseres er weet van had dat [plaats in Duitsland] de werkelijke bestemming van de auto’s was;
- in de administratie van eiseres zijn CMR vrachtbrieven aangetroffen waarop “ [plaats in Duitsland] ” is doorgehaald:
€ 500.000 tot € 200.000 de boetes al voldoende gematigd. De stelling van eiseres dat rekening gehouden moet worden met financiële omstandigheden is op geen enkele wijze onderbouwd en ook niet anderszins gebleken en kan haar dan ook niet baten. Ook de stelling van eiseres dat strafrechtelijke boetes vaak lager uitvallen slaagt niet. De vergrijpboeten hebben een eigen grondslag en worden berekend als percentage van het bedrag van de aanslag. Wel dient de opgelegde boete te worden verminderd als gevolg van de ambtshalve door de rechtbank geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het EVRM. De boete is aangekondigd op 2 juni 2017 en deze uitspraak is gedaan voor 2 juni 2020. Dit is een overschrijding van meer dan zes maar minder dan twaalf maanden, zodat de vergrijpboetes moeten worden verminderd met 10%, waarbij een maximale vermindering van € 5.000 per boete geldt. De boetes komen daardoor uit op de volgende bedragen: € 45.000 (2014), € 45.000 (2015) en € 195.000 (2016).
.De rechtbank ziet aanleiding om verweerder en de Staat ieder voor de helft te veroordelen om de kosten te vergoeden die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken [10] . Deze kosten zijn met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 525 (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor de zitting, met een waarde per punt van € 525 en een wegingsfactor 0,5). Een wegingsfactor van 0,5 is toegepast, omdat de beroepen alleen leiden tot toekenning van vergoeding voor immateriële schade. [11] Voor de ambtshalve matiging van de boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn bestaat geen reden tot toekenning van proceskosten. [12] Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken. Ook voor het griffierecht geldt dat verweerder en de Staat dit ieder voor de helft aan eiseres moeten vergoeden.
Beslissing
€ 195.000 (2016);
mr. W.W. Monteiro, rechters, in tegenwoordigheid van M. Brouwer, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;