ECLI:NL:RBGEL:2020:229
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand ondanks civiele vaststelling bewaarneming niet geslaagd
Eiseres kreeg bijstand toegekend samen met [Naam B], waarbij beslag lag op een groot contant geldbedrag dat tijdens een doorzoeking was aangetroffen. Na opheffing van het beslag vorderde de gemeente Arnhem een deel van de bijstand terug. Eiseres stelde dat een deel van het geld in civielrechtelijke zin in bewaarneming was gegeven aan een derde, waardoor zij niet over dat bedrag kon beschikken.
De rechtbank overwoog dat het civiele vonnis slechts de bewaarneming vaststelde, maar niet dat feitelijk sprake was van daadwerkelijke bewaargeving. Eiseres slaagde er niet in met objectief verifieerbare bewijzen aannemelijk te maken dat zij niet over het geld kon beschikken. De omstandigheden, waaronder de wijze van bewaring van het geld en wisselende verklaringen over de herkomst, wezen niet op bewaarneming.
Verder oordeelde de rechtbank dat de terugvordering niet prematuur was en dat de belangenafweging door verweerder adequaat was gemaakt. Het beroep op verjaring faalde omdat de verjaringstermijn pas liep vanaf het moment dat verweerder kennis had van het feit dat sprake was van onverschuldigde betaling. Het beroep werd ongegrond verklaard, met vergoeding van griffierecht en gedeeltelijke proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand blijft gehandhaafd.