ECLI:NL:CRVB:2013:2478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens letselschadevergoeding
Appellant ontving bijstand over de periode van 24 februari 2005 tot en met 31 december 2007. Het college trok de bijstand over de periode 5 oktober 2006 tot en met 31 december 2007 in en vorderde terugbetaling wegens het niet melden van een bankrekening met een saldo van €30.000,-, afkomstig uit een letselschadevergoeding.
De rechtbank Maastricht oordeelde in 2011 dat de letselschadevergoeding van €50.000,- als inkomen in verband met arbeid moet worden aangemerkt en dat het college hiermee rekening moest houden bij de bijstandsverlening. De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking omdat het college geen berekening had gemaakt van het recht op bijstand in de periode in geding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college deze berekening en beoordeling had moeten maken en vernietigt het besluit van 18 oktober 2011 dat het bezwaar ongegrond verklaarde. De Raad handhaaft de terugvordering van €2.150,37 omdat appellant geen recht had op bijstand in de periode. Bezwaar tegen latere besluiten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding of omdat het bezwaar zich richtte op informatieve mededelingen.
De Raad veroordeelt het college in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en bevestigt de terugvordering zonder intrekking van de bijstand over de genoemde periode.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt herroepen, terugvordering blijft gehandhaafd, bezwaar tegen latere besluiten wordt niet-ontvankelijk verklaard.