3.22.Een overzicht van de verblijfplaatsen van eiser tijdens de feestdagen (onderdeel 4.8.4. ‘Verblijf tijdens feestdagen’ van het p-v ‘Woonplaats [eiser] ’):
“Om een inzicht te krijgen waar [eiser] woonde, heb ik verbalisant gekeken waar [eiser] de feestdagen doorbracht, volgens zijn telefoonrekeningen en agenda, beschreven in paragraaf 4.7.1 en paragraaf 4.8.2 van dit proces verbaal. Bekende feestdagen (algemeen en specifiek van [eiser] ) in 2007, doorgebracht in (volgens telefoonrekening en/of agenda's):
• Nieuwjaarsdag 1 januari: Nederland,
• Verjaardag [eiser] zondag [datum 1] : Nederland,
• Goede vrijdag 6 april: [land 3] ,
• Pasen 8 en 9 april: Nederland,
• Verjaardag Slot 7 mei: Nederland,
• Koninginnedag 30 april: Nederland,
• Bevrijdingsdag 5 mei: Nederland,
• Hemelvaartsdag 17 mei: Nederland,
• Pinksteren 27 en 28 mei: Nederland,
• Kerst 25 en 26 december, Nederland,
• Oudejaarsdag 31 december: Nederland”
4. Eiser was in 2007 onder meer eigenaar van de volgende onroerende zaken:
- een appartement, gelegen [adres 2] te [plaats in Verenigd Koninkrijk] , V.K.;
- een landhuis ‘ [naam F] ’, gelegen aan de [adres 3] te [plaats 5 in Nederland] ;
- een villa aan [adres 4] te [plaats 6 in Nederland] (gekocht op [datum 2] 2007);
- een vakantiewoning aan [adres 5] te [plaats 3 in Nederland] ;
- een vakantiewoning aan [adres 6] te [plaats 3 in Nederland] ;
- een appartement aan [adres 7] te [plaats 4 in Nederland] ;
- een appartement aan [adres 8] te [plaats 4 in Nederland] .
5. Op 11 september 2009 heeft eiser aangifte IB/PVV 2007 gedaan naar een inkomen uit sparen en beleggen (box III) van € 25.206 (4% van € 630.158). Eiser heeft aangegeven buitenlands belastingplichtige te zijn. De aangifte is verzorgd door [bedrijf 5] te [plaats 7 in Nederland] ( [bedrijf 5] ), aan wie eiser volmacht heeft verleend (bijlage 70 bij het verweerschrift). De naam en het SOFI-nummer van eiser is opgenomen in het automatiseringssysteem van de belastingdienst van aangiften 2007 waarvoor uitstel is verleend (bijlage 21 bij het verweerschrift). De aangifte IB/PVV 2007 van eiser is ook opgenomen in de ‘Beconregeling’ voor intermediairs onder het beconnummer [xxx] van [bedrijf 5] (bijlage 20 bij het verweerschrift).
6. Bij e-mail van 23 november 2011 heeft [persoon M] van de belastingdienst [naam kantoor] , kantoor [naam kantoor] , een brief ‘aankondiging onderzoek inkomsten-belasting’ aan eiser gezonden (DOC-0754).
7. Verweerder heeft op 9 februari 2012 aan eiser een informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) voor de IB/PVV over de jaren 2004 tot en met 2011 afgegeven. In die beschikking is onder meer het volgende vermeld (bijlage 6 bij het verweerschrift):
“In het kader van een onderzoek inkomstenbelasting over de periode 2004 tot heden hebben we u bij brieven van 23 november 2011, 30 november 2011, 13 december 2011,
5 januari 2012 en 25 januari 2012 gevraagd de volgende inlichtingen te verstrekken:
1.
Uw wereldinkomen over de periode 2004-heden.
Hierbij graag een specificatie/onderbouwing per land, inclusief de onderliggende documenten zoals bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten, dividendbesluiten, leningsovereenkomsten (i.v.m. rente-inkomsten).
2.
Gaarne een kopie van de aangiftes inkomstenbelasting (2004-heden) die u in het buitenland doet.
3.
Klopt het dat u geen arbeidsbeloning voor uw Nederlandse directiefuncties heeft ontvangen? Hierbij gaarne een nadere toelichting.
4.
We ontvangen graag een gespecificeerd overzicht van uw vermogen vanaf 2004.
Hierbij tevens inzicht in uw privé-vastgoedobjecten en de rechtspersonen waarin dit is ondergebracht.
5.
Gaarne inzage in de trusts of verwante lichamen waar u bij betrokken bent.
Hierbij een kopie van de relevante overeenkomsten, correspondentie en de periodieke rapportages omtrent de vermogensposities van het betreffende rechtsfiguur.
6.
Inzage in uw buitenlandse bankrekeningen.
7.
Inzage in de buitenlandse bankrekeningen van de trust of verwante lichamen waar u bij betrokken bent.
Nu u ondanks onze herhaalde verzoeken de gevraagde informatie niet wenst te verstrekken ontvangt u hierbij een informatiebeschikking (ex artikel 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen).”
8. Bij arrest van de Hoge Raad van 29 januari 2016is de informatiebeschikking onherroepelijk geworden. De periode die verstrekken is sinds het nemen van de informatiebeschikking is vier jaar minus 11 dagen (periode van 9 februari 2012 tot en met
29 januari 2016). De gevraagde informatie is door eiser tot op heden niet gegeven.
9. Met dagtekening 15 januari 2018 heeft verweerder een navorderingsaanslag IB/PVV 2007 aan eiser opgelegd, waarbij eiser als binnenlands belastingplichtige is aangemerkt (bijlage 10 bij het verweerschrift). Bij beschikking met datum 16 januari 2018 is de aanslag verminderd, aangezien verweerder abusievelijk een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 64.642.889 in aanmerking had genomen in plaats van € 64.542.889. Eiser heeft op 26 januari 2018 bezwaar aangetekend tegen de navorderingsaanslag.
10. Met betrekking tot de bekendmaking van de navorderingsaanslag behoren tot de gedingstukken: