Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 11;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 15;
- het faxbericht van 11 mei 2020 van de zijde van [eiser] met producties 12 tot en met 24;
- de in verband met de Corona maatregelen voorafgaand aan de mondelinge behandeling toegezonden pleitnota van [eiser] ;
- de door de griffier gemaakte aantekeningen van de, in verband met de Corona maatregelen, via Skype gehouden mondelinge behandeling.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
‘dat de Ondernemingskamer zich kan voorstellen dat de te benomen bestuurder door middel van een volmacht of procuratie een formele basis geeft aan de huidige positie van [broer eiser] en [eiser] (die thans, onbetwist, feitelijk leiding geven aan de onderneming)’doet daar niet aan af. De aangehaalde ‘formalisering’ kan, nu ter zake door de Ondernemingskamer geen voorziening is getroffen, geen betrekking hebben op benoeming van en/of schorsing van [eiser] als statutair bestuurder door [bestuurder] .