Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
zaaknummer: 20/1464 rectificatie
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
lex mitior-beginsel moet door de rechter ambtshalve worden toegepast.
Rechtbank Gelderland
Eiseres ontving bijstand als alleenstaande en werd geconfronteerd met intrekking en terugvordering van bijstand over twee perioden in 2018-2019 wegens onvoldoende inzicht in haar levensonderhoud, wat verweerder baseerde op bankafschriften en verklaringen. Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk inzicht had gegeven en dat zij geld had geleend voor levensonderhoud, maar dit werd niet aannemelijk geacht. De rechtbank oordeelde dat eiseres haar inlichtingenverplichting had geschonden en dat terugvordering en intrekking terecht waren.
Daarnaast werd een bestuurlijke boete opgelegd, die eiseres betwistte op grond van recente jurisprudentie en gewijzigde wetgeving omtrent de beslagvrije voet. De rechtbank stelde vast dat de boete opnieuw moest worden vastgesteld met toepassing van het lex mitior-beginsel, waarbij rekening werd gehouden met een beslagvrije voet van 95% van de toepasselijke bijstandsnorm. De boete werd verlaagd naar € 645,26.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, maar niet de kosten van bezwaar. Het beroep van eiseres werd gegrond verklaard voor zover het de boete betrof, en het primaire besluit II werd herroepen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 23 maart 2021.
Uitkomst: De rechtbank herroept het primaire besluit over de boete en stelt deze opnieuw vast op € 645,26 rekening houdend met de verhoogde beslagvrije voet.