ECLI:NL:RBGEL:2021:1687
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens seksuele intimidatie afgewezen door rechtbank
Werknemer, sinds 1992 in dienst als magazijnmedewerker, werd op 5 november 2020 op staande voet ontslagen wegens seksuele intimidatie van een jongere vrouwelijke collega. De werkgever baseerde het ontslag op verklaringen van de collega, een teamleider en een HR-adviseur, waarin gedetailleerde en geloofwaardige beschrijvingen van ongewenst seksueel gedrag werden gegeven.
Werknemer betwistte de beschuldigingen en stelde dat het ontslag voortkwam uit discriminatie en zijn fysieke beperkingen, en dat de collega hem valselijk beschuldigde uit wraak. De rechtbank oordeelde dat het ontslag onverwijld en voortvarend was gegeven, en dat de verklaringen voldoende bewijs leverden voor ernstige seksuele intimidatie.
De suggesties van werknemer werden verworpen wegens gebrek aan aanwijzingen. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag en de vorderingen tot herplaatsing, transitievergoeding en schadevergoeding werden afgewezen. Ook het voorwaardelijk ontbindingsverzoek van werkgever werd afgewezen omdat het ontslag rechtsgeldig was. Werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens seksuele intimidatie wordt door de rechtbank als rechtsgeldig bevestigd en het verzoek tot vernietiging afgewezen.