ECLI:NL:RBGEL:2021:4244
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot wedertewerkstelling ondanks ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak vordert de werknemer wedertewerkstelling bij zijn werkgever, ondanks dat de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter is ontbonden wegens een verstoorde arbeidsrelatie. De ontbinding staat nog niet definitief vast omdat er hoger beroep loopt bij het gerechtshof Den Bosch.
De voorzieningenrechter overweegt dat een arbeidsovereenkomst niet zonder meer recht geeft op het verrichten van arbeid, maar dat op non-actiefstelling slechts gegrond is bij zwaarwegende omstandigheden. De vordering wordt getoetst aan het goed werkgeverschap (art. 7:611 BW Pro). De werkgever kan niet zonder meer de werknemer op non-actief stellen enkel omdat hij de arbeidsovereenkomst wil beëindigen.
De voorzieningenrechter verwerpt het verweer van de werkgever dat onduidelijk is welke werkzaamheden de werknemer wil hervatten en dat het werk al is uitbesteed. Ook de stellingen over een verstoorde relatie met collega’s en leidinggevenden zijn onvoldoende onderbouwd. De vordering tot wedertewerkstelling wordt toegewezen, met een dwangsom van € 250 per dag bij niet-naleving, met een maximum van € 10.000.
Daarnaast wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van proceskosten en toekomstige kosten, met rente bij niet-tijdige betaling. De uitspraak is mondeling gedaan op 3 augustus 2021 door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland.
Uitkomst: De vordering tot wedertewerkstelling wordt toegewezen met een dwangsom bij niet-naleving.