ECLI:NL:RBGEL:2021:443
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging exploitatie cafetaria na wijziging vennootschap zonder nieuwe vergunning
De zaak betreft een last onder dwangsom opgelegd door de burgemeester van Nijmegen aan de vennootschap onder firma (vof) die een cafetaria exploiteert. De last werd opgelegd omdat door de toetreding van een nieuwe vennoot de exploitatievergunning volgens de gemeente was vervallen, terwijl geen nieuwe vergunning was aangevraagd. De rechtbank stelt vast dat de wijziging in de samenstelling van de vennoten een wijziging van de exploitatie inhoudt, waardoor de vergunning vervalt op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De rechtbank overweegt dat het begrip 'exploitatie' niet in de APV is gedefinieerd en hanteert de betekenis uit het Van Dale woordenboek, waarbij het gebruik van een bezit om er voordeel uit te trekken centraal staat. De toetreding van een nieuwe vennoot leidt tot een wijziging van de exploitatie, omdat de zeggenschap en de verhouding binnen de vof verandert. Dit oordeel wordt ondersteund door jurisprudentie van de Hoge Raad over de aard van de vof.
Verder oordeelt de rechtbank dat er geen concreet zicht is op legalisatie, aangezien geen nieuwe vergunning is aangevraagd en er geen Bibob-toets heeft plaatsgevonden. De stelling van eiseres dat de intrekking disproportioneel is en in strijd met het eigendomsrecht onder artikel 1 van Pro het eerste Protocol bij het EVRM wordt verworpen. De rechtbank concludeert dat het handhavend optreden gerechtvaardigd en evenredig is in het algemeen belang van toezicht op horecabedrijven. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom tot beëindiging van de exploitatie van de cafetaria wordt ongegrond verklaard.