ECLI:NL:RBGEL:2022:1491
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens betrokkenheid bij hennepkwekerij
Eiser ontving een WW-uitkering over de periode 1 augustus 2019 tot en met 31 oktober 2019. In zijn gehuurde woning werd op 8 oktober 2019 een hennepkwekerij met 332 planten aangetroffen. Verweerder herzag de uitkering en vorderde een bedrag van €1.132,88 terug, met een boete van €566,44 wegens het niet melden van werkzaamheden als zelfstandige in de kwekerij.
Eiser betwistte betrokkenheid en stelde dat hij de woning had onderverhuurd en pas vlak voor vertrek naar Turkije van de kwekerij wist. De rechtbank oordeelde dat eiser niet met objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk maakte niet betrokken te zijn geweest. De aanwezigheid van de kwekerij leidt tot de vooronderstelling van mede-exploitatie, die eiser niet heeft weerlegd.
De rechtbank bevestigde dat werkzaamheden in een hennepkwekerij als zelfstandige arbeid gelden, waardoor het recht op WW-uitkering vervalt voor die uren. Het rapport over het wederrechtelijk verkregen voordeel werd als voldoende bewijs geaccepteerd. De opgelegde boete werd passend geacht, mede vanwege het ontbreken van onderbouwing voor dringende redenen of draagkracht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de WW-uitkering en de boete wordt ongegrond verklaard.