Eiseres ontvangt sinds 2013 een WIA-uitkering. In juni 2020 is in haar huurwoning een hennepkwekerij aangetroffen, waarna het UWV de uitkering heeft herzien en een bedrag van €11.522,33 heeft teruggevorderd, plus een boete van €2.364. Eiseres voerde aan dat zij niets met de kwekerij te maken had en verwees naar het strafrechtelijk sepot wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank stelt vast dat het UWV op grond van de Wet WIA bevoegd is de uitkering te herzien en terug te vorderen bij niet-naleving van de inlichtingenplicht. De aanwezigheid van de hennepkwekerij in de woning van eiseres leidt tot de veronderstelling dat zij mede-exploitant was, tenzij zij overtuigend bewijs levert van het tegendeel. Eiseres heeft dit niet kunnen aantonen, ondanks het overleggen van documenten van een vermeende onderhuurder.
Het strafrechtelijke sepot staat een ander bestuursrechtelijk oordeel niet in de weg, omdat de bewijslast en vereisten verschillen. Het UWV heeft bovendien met het politierapport en onderzoeksbevindingen aangetoond dat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden, wat de boete rechtvaardigt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening, terugvordering en boete.