ECLI:NL:RBGEL:2022:5771
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Klein Egelink
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- G.J.H. Boerhof
- Rechtspraak.nl
Toepassing Dagloonbesluit leidt tot onevenredig nadeel bij WIA-dagloonberekening
Eiseres, die sinds 2009 arbeidsongeschikt is door een herseninfarct, ontving een WIA-uitkering waarvan het dagloon werd berekend over een refertejaar waarin een WW-uitkering viel, maar deze werd pas na afloop van het refertejaar uitbetaald. Hierdoor werd de WW-uitkering buiten beschouwing gelaten, wat leidde tot een aanzienlijk lager dagloon en inkomensachteruitgang van bijna 40%.
De rechtbank stelt vast dat de wetgever bij de invoering van het Dagloonbesluit niet volledig heeft onderkend dat de betalingsstructuur van de WW-uitkering nadelige gevolgen kan hebben voor de dagloonberekening. De gekozen systematiek leidt tot een niet-representatief dagloon en onevenredig nadelige gevolgen voor eiseres, die ook toekomstige uitkeringen negatief beïnvloeden.
Verweerder verdedigde de systematiek vanwege administratieve lasten en verwijst naar eerdere signalen aan de minister, maar de rechtbank acht dit onvoldoende om de nadelige gevolgen te rechtvaardigen. Op grond van artikel 3:4, tweede lid, Awb laat de rechtbank artikel 13 van Pro het Dagloonbesluit buiten toepassing en beveelt een herberekening waarbij de WW-uitkering wordt meegenomen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot herberekening van het dagloon inclusief de WW-uitkering.