Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
dus op een correcte manier over te gaan tot beëindiging van het dienstverband van cliënt nu niet van mijn cliënt gevergd kan worden dat hij in [plaats] gaat werken.
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een werknemer die sinds 2015 via detachering bij een onderneming werkzaam was en per 1 juni 2022 zijn werkzaamheden voortzette bij een andere onderneming die de activiteiten overnam. De werknemer vorderde een transitievergoeding en vakantiedagen van zijn formele werkgever, stellende dat geen sprake was van overgang van onderneming.
De rechtbank beoordeelde of de voortzetting van de activiteiten kwalificeert als overgang van onderneming volgens artikel 7:662 BW Pro en de Europese Richtlijn 2001/23/EG. Op basis van de Spijkers-criteria en concrete feiten zoals het overnemen van personeel, machines en locatie werd vastgesteld dat sprake is van een overgang van onderneming.
Vervolgens werd het Albron-arrest toegepast om te bepalen dat de materiële werkgever, ondanks het ontbreken van een contractuele band, als vervreemder moet worden beschouwd vanwege de permanente detachering. Hierdoor gingen de rechten en plichten van de arbeidsovereenkomst van rechtswege over op de verkrijgende onderneming.
De rechtbank wees de vorderingen van de werknemer af omdat de formele werkgever geen transitievergoeding verschuldigd was en ook geen vakantietoeslag of verlofsaldo hoefde te betalen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De verzoeken tot transitievergoeding en overige vergoedingen worden afgewezen omdat sprake is van overgang van onderneming en permanente detachering.