5.1.Rate
From the date of Disbursement, interest shall accrue on the Outstanding Amount at the effective rate equal to 9% per annum (the Interest).
(…)”
8. In 2016 is door eiser € 11.248 aan rente op de lening ontvangen. De stand van de lening per 1 januari 2017 bedroeg € 961.248 (€ 950.000 inclusief bijgeschreven rente 2016).
9. In 2017 heeft eiser op basis van de Facility Agreement aanvullende bedragen ter leen verstrekt aan [stichting B] .
10. Op 21 augustus 2017 heeft [A] een deel van haar belang in [B Holding] vervreemd, waarbij het belang van [A] in [B Holding] onder de vijf procent daalde.
Per die datum bedroeg de stand van de lening in totaal € 2.150.000 en de opgelopen rente 2017 bedroeg € 96.782.
11. Op 30 augustus 2017 heeft eiser aangifte IB/PVV 2016 gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.543, naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 352.630, en naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 31.383.
12. Op 22 mei 2018 heeft eiser aangifte IB/PVV 2017 gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.897, naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 477.680 en naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 24.007.
13. Verweerder heeft met dagtekening 2 juni 2018 een definitieve aanslag IB/PVV 2016 aan eiser opgelegd overeenkomstig de aangifte.
14. Bij brief met datum 14 november 2019 heeft verweerder bij eiser informatie opgevraagd naar aanleiding van eisers aangifte IB/PVV 2017. Nadien heeft correspondentie tussen eiser en verweerder plaatsgevonden, waarbij eiser informatie aangaande de structuur, waarvan de lening onderdeel uitmaakt, aan verweerder heeft verschaft.
15. Bij brief van 26 november 2020 heeft verweerder aan eiser laten weten voornemens te zijn af te willen wijken van eisers aangifte IB/PVV 2017. De correctie van verweerder bestaat uit:
- meer belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) van € 85.168in verband met het ter beschikking stellen (TBS) van vermogen;
- vermindering van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen naar nihil.
In diezelfde brief heeft verweerder laten weten voornemens te zijn een navorderingsaanslag IB/PVV 2016 aan eiser op te leggen. Het belastbaar inkomen uit werk en woning van eiser dient volgens verweerder te worden gecorrigeerd met de ontvangen rente 2016 van € 11.248. Na toepassing van de TBS-vrijstellingis dit € 9.898.
16. Met dagtekening 20 februari 2021 heeft verweerder een navorderingsaanslag IB/PVV 2016 (de navorderingsaanslag) aan eiser opgelegd tot een bedrag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.441 (€ 19.543 plus € 9.898), naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 352.630 en naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 31.383.
17. Verweerder heeft met dagtekening 23 februari 2021 een definitieve aanslag IB/PVV 2017 (de aanslag) aan eiser opgelegd. Daarbij is verweerder afgeweken van de aangifte. De aanslag is opgelegd tot een bedrag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 105.065 (€ 19.897 plus € 85.168), naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 477.680, en naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van nihil.
18. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de navorderingsaanslag en tegen de aanslag.
19. Verweerder heeft de bezwaren afgewezen.