ECLI:NL:RBGEL:2023:1822
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde kantoorpand in Arnhem
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar kantoorpand te Arnhem, welke door verweerder was vastgesteld op €1.666.000 voor het jaar 2021. De rechtbank beoordeelde of verweerder het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden, of de op de zaak betrekking hebbende stukken correct waren verstrekt en of de waarde niet te hoog was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in de bezwaarfase het taxatieverslag had verstrekt dat voldeed aan de wettelijke vereisten, waaronder artikel 40 van Pro de Wet WOZ en artikel 7:4 van Pro de Awb. De gevraagde nadere onderbouwing van huurwaarden en kapitalisatiefactor behoefde niet te worden verstrekt omdat deze afkomstig waren uit een waarderingsmodel dat niet individueel onderbouwd kon worden. De rechtbank vond dat eiseres voldoende in staat was de gehanteerde waarden te betwisten.
Inhoudelijk werd de waarde van het pand getoetst aan de hand van een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast met referentieobjecten in Arnhem. De rechtbank achtte de gehanteerde correcties voor verhuurde panden en de gekozen referentieobjecten passend en vond dat de vastgestelde waarde niet te hoog was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de waarde bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het kantoorpand wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.