Uitspraak
World Horse Crew B.V.,
Rechtbank Gelderland
Werknemer trad op 19 september 2022 in dienst bij World Horse Crew B.V. (WHC) voor een bepaalde tijd van zeven maanden. Het salaris bedroeg € 2.000 bruto per maand, plus vakantietoeslag en onkostenvergoeding. WHC betaalde het loon vanaf januari 2023 niet of niet tijdig, ondanks meerdere sommatiebrieven van de gemachtigde van werknemer.
De arbeidsovereenkomst eindigde op 18 april 2023. WHC heeft nagelaten schriftelijk aan te geven of de arbeidsovereenkomst zou worden voortgezet, wat wettelijk verplicht is volgens artikel 7:668 BW Pro. De kantonrechter oordeelde dat WHC hierdoor een aanzegvergoeding verschuldigd is.
De kantonrechter veroordeelde WHC tot betaling van het achterstallig loon, vakantietoeslag, aanzegvergoeding en de wettelijke transitievergoeding, allen vermeerderd met wettelijke rente en waar van toepassing wettelijke verhoging. Tevens moet WHC een deugdelijke specificatie verstrekken van de betalingen. Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en WHC is veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever WHC is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag, aanzegvergoeding en transitievergoeding aan werknemer, vermeerderd met wettelijke rente en verhoging.