De rechtbank Gelderland behandelde een echtscheidingszaak tussen partijen met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, gehuwd sinds 1983 in Marokko. De man verzocht om toepassing van Marokkaans huwelijksvermogensrecht, terwijl de vrouw dit betwistte en Nederlands recht wilde laten toepassen. De rechtbank oordeelde dat Marokkaans recht van toepassing is en dat dit niet onaanvaardbaar is in de gegeven omstandigheden.
De vrouw had een vordering op basis van investeringen in de woning van de man, die al voor het huwelijk eigenaar was. De rechtbank stelde vast dat de vrouw recht heeft op vergoeding van haar investering van circa €24.000 en de daarmee samenhangende waardestijging van de woning, berekend op ongeveer €36.945. De vrouw ontvangt daarmee een proportioneel aandeel in de waarde van de woning, terwijl de man de hypotheekschuld volledig draagt.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw tot voortgezet gebruik van de woning af vanwege het belang van de man om tot verkoop over te gaan, mede door een lopend contactverbod. De echtscheiding werd uitgesproken, het huwelijksvermogensregime werd verklaard beheerst door Marokkaans recht, en de man werd veroordeeld tot betaling van het aandeel van de vrouw bij verkoop van de woning. De inboedel wordt na verkoop gelijk verdeeld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve de echtscheiding en verklaring voor recht.