Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Kamerstukken II,33818, nr. 3, p. 108) staat hierover:
Rechtbank Gelderland
DTT Installatietechniek B.V. verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar projectleider wegens ernstig verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer wordt verweten onder meer het niet tijdig inleveren van weekstaten, nalaten van gebruik van verplichte systemen, onduidelijkheid over parkeerboetes, en het verrichten van privéwerkzaamheden tijdens ziekte. Daarnaast zijn er klachten van klanten over zijn functioneren.
De werknemer betwist de verwijten en stelt dat het niet tijdig inleveren van weekstaten geen onwil maar onmacht was, dat hij geen werkzaamheden voor derden tijdens ziekte heeft verricht, en dat de keuken die op naam van een derde is besteld een privéaangelegenheid betreft. Hij verzoekt bij ontbinding rekening te houden met opzegtermijn, transitievergoeding en billijke vergoeding.
De kantonrechter overweegt dat het opzegverbod tijdens ziekte niet aan ontbinding in de weg staat indien de ontbindingsgrond geen verband houdt met de ziekte. De verwijten aan de werknemer dateren van vóór de ziekmelding en kunnen worden geabstraheerd van de ziekte. De kantonrechter oordeelt dat het niet tijdig inleveren van weekstaten en het niet gebruiken van de parkeerapp niet tot ontbinding leiden, mede omdat DTT geen waarschuwingen heeft gegeven.
Wel acht de kantonrechter het aannemelijk dat de werknemer tijdens ziekte privéwerkzaamheden heeft verricht, maar laat partijen bewijs leveren. Ook wordt DTT in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren over het gebruik van materialen voor privéprojecten en werkzaamheden voor derden tijdens ziekte. De beslissing wordt aangehouden tot na bewijslevering.
Uitkomst: Ontbindingsverzoek wordt aangehouden voor bewijslevering over verwijtbaar handelen en verstoorde arbeidsrelatie.