ECLI:NL:RBGEL:2024:3786
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep werkgever tegen niet-duurzame arbeidsongeschiktheid werknemer op grond van Wet WIA
De werkgever heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om aan een ex-werknemer een loongerelateerde WGA-uitkering toe te kennen op grond van de Wet WIA. De werknemer was sinds juni 2020 ziekgemeld en had een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV baseerde het besluit op medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij werd geconcludeerd dat de werknemer volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt was.
De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat de verzekeringsarts in de bezwaarprocedure volstond met dossieronderzoek zonder een fysiek spreekuurcontact, wat in deze zaak gelet op de medische complexiteit toereikend werd geacht. Echter, de rechtbank vond dat de verzekeringsarts onvoldoende had gemotiveerd waarom de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was, met name omdat de combinatie van meerdere aandoeningen en het complexe ziektebeeld onvoldoende was meegewogen.
De rechtbank stelde dat de verzekeringsarts zich een concrete en deugdelijke afweging had moeten vormen over de herstelkansen, inclusief een onderbouwing van het effect van medische behandelingen op de functionele mogelijkheden van de werknemer. Omdat deze motivering ontbrak, was het besluit ondeugdelijk gemotiveerd en werd het vernietigd. Het UWV moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de WGA-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.