ECLI:NL:CRVB:2017:3760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over duurzame volledige arbeidsongeschiktheid en weigering IVA-uitkering
Betrokkene is sinds 1990 werkzaam als productiemedewerker en viel in 2010 uit wegens knie- en later psychische klachten. Vanaf juni 2012 ontving hij een WGA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde een IVA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de verzekeringsarts overtuigend had gemotiveerd dat er geen stabiel of verslechterend ziektebeeld was.
In hoger beroep staat vast dat betrokkene volledig arbeidsongeschikt is, maar de discussie gaat over de duurzaamheid daarvan. De Raad stelt dat de verzekeringsarts onvoldoende een concrete en individuele afweging heeft gemaakt van de herstelkansen, vooral met betrekking tot de psychische klachten en knieproblemen. De psychiater gaf aan dat cognitieve gedragstherapie mogelijk was, maar betrokkene kon deze niet voortzetten vanwege vertrouwenproblemen.
Ook is onvoldoende aandacht besteed aan de specifieke omstandigheden rond de knieklachten, waaronder een complexe psychische problematiek. De Raad concludeert dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan en het besluit gebrekkig heeft gemotiveerd. Daarom draagt de Raad het UWV op binnen zes weken de gebreken te herstellen om tot een definitieve beslissing te komen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen wegens onvoldoende onderzoek en gebrekkige motivering bij weigering IVA-uitkering.