Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , in [plaatsnaam] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Utrecht, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
- huishoudelijk restafval;
- groente-, fruit- en tuinafval (gft);
- oud papier en karton;
- glas;
- kunststof verpakkingen.
- de gemeente heeft de afgesproken activiteiten voor een fractie uitgevoerd (of laten uitvoeren door een erkend afvalbedrijf);
- de gemeente heeft voor de fractie juist, volledig en tijdig opgave gedaan van het vergoedingsgewicht en voert een afvaladministratie waaruit dat blijkt;
- de jaarvergoeding wordt berekend over het vergoedingsgewicht van de fractie zoals bepaald op basis van deze bijlage; en,
- de algemene en de specifieke voor de desbetreffende fractie geldende vergoedingsvoorwaarden worden toegepast bij de berekening van de jaarvergoeding.
- Voor zover belanghebbende de omzetbelasting die drukt op de kosten van het scheiden van afval ten laste heeft gebracht van het BCF moet dit voor de jaren 2015 tot en met 2019 worden gecorrigeerd.
- Voor zover belanghebbende geen omzetbelasting in rekening heeft gebracht over de vergoeding die zij heeft ontvangen inzake de scheiding van het huishoudelijk afval zal alsnog omzetbelasting verschuldigd zijn, belanghebbende kan ervoor kiezen na te factureren.
- De omzetbelasting die drukt op de kosten van de prestatie komt voor aftrek in aanmerking op de verschuldigde omzetbelasting.
Beoordeling door de rechtbank
- of sprake is van een dienst onder bezwarende titel;
- indien sprake is van een dienst onder bezwarende titel, of sprake is van een economische activiteit;
- indien sprake is van een dienst onder bezwarende titel die moet worden aangemerkt als een economische activiteit, of sprake is van overheidshandelen.
- de algemene beginselen van behoorlijk bestuur naheffing en terugvordering in de weg staan;
- de verleggingsregeling van toepassing is.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslagen omzetbelasting en de bijbehorende beschikkingen belastingrente;
- vernietigt de correctiebeschikkingen BCF en de bijbehorende beschikkingen belastingrente;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 2.000;
- gelast de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 365 te vergoeden.