Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem heeft verleend voor permanente bewoning van een recreatiewoning op een recreatiepark. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eisers niet als belanghebbenden bij het besluit konden worden aangemerkt. De rechtbank bevestigt dit oordeel omdat eisers geen eigendoms- of huurrecht hebben en geen gevolgen van enige betekenis ondervinden van de vergunning.
Eisers voerden aan dat zij als voormalig eigenaren en vanwege het gelijkheidsbeginsel wel belanghebbenden zijn, maar de rechtbank oordeelt dat deze argumenten niet leiden tot belanghebbendheid. De inhoudelijke gronden tegen de vergunning worden daarom niet behandeld.
Daarnaast verzochten eisers om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuursrechtelijke procedure. De rechtbank stelt vast dat de totale procedure ruim elf maanden langer duurde dan de redelijke termijn van twee jaar, met name door een te lange beroepsfase. Daarom wordt een forfaitaire schadevergoeding van €1.000,- toegekend. Verzoeken om vergoeding van immateriële schade en proceskosten worden deels toegewezen, waarbij €20,- aan reiskosten wordt vergoed.